Een hartverscheurend verhaal over een jonge doctoraatsstudent die een moedige strijd aangaat met Bureaucratie:
Eind juli besluit ik om te gaan doctoreren, op de campus Productontwikkeling van Artesis op aanvraag van een prof van de KU Leuven. Noch Artesis, noch KUL hebben geld om mij aan te nemen zodat ik de aanvraag voor mijn doctoraatsbeurs kan in orde brengen, dus begin ik in augustus gratis voor hen te werken (naïef als ik ben vertrouwend op “we vinden wel een projectje voor u vanaf da die aanvraag binnen is”). Mijn schriftelijke aanvraag wordt in orde gebracht, ik ben mijn mondelinge verdediging aan het voorbereiden en een paar kleine projectjes aan het doen voor zowel Artesis en KUL, maar dat beloofde project komt er maar niet van (“Ahja, dat moet nog op die vergadering passeren volgende week, maar dan weten we het zeker! Komt wel in orde”).
Vol goede moed blijf ik dan maar gratis werken tot 15 november 2011, wanneer eindelijk een contract in orde wordt gebracht. Zeven maanden, het is wel van vaste duur, maar “Als ge dan uw IWT-beurs krijgt dan onderbreken we da contract gewoon, geen probleem. Komt wel in orde.”. Ik werk anderhalve maand aan het project dat ik kreeg toegewezen, hoewel ik relatief weinig kan bereiken omdat de elektronische componenten die ik nodig heb niet op tijd kunnen worden besteld. Tja, administratie.
Eind december 2011 hoor ik dat het IWT mijn beurs heeft afgewezen, maar het was heel nipt dus was de UA bereid mij een opvangbeurs te geven voor één jaar. Geen extra bezoldiging mogelijk, want het is een doctoraatsbeurs. Ik stuur dus 23 december 2011 een email naar de persoon waarbij ik mijn contract ben gaan tekenen, om mijn ontslag aan te vragen. Het is echter kerstvakantie voor iedereen, en dus weet zij mij pas op 9 januari 2012 te zeggen dat ik mijn ontslag per aangetekend schrijven naar de algemeen directeur moet sturen. Maar oeps, dat gaat niet met terugwerkende kracht natuurlijk. Foutje.
Ik kan best een afspraak maken met het departementshoofd, die zal wel weten hoe ik het moet oplossen. Best dat ontslag toch al ineens indienen. Of nee, het departementshoofd gaat niet die procedure niet kennen, spreek maar af met zijn secretaresse, die zal het wel weten. Nee, sorry, ik kan toch best met het departementshoofd afspreken. En nog even wachten met die ontslagbrief indienen tot ik met hem heb afgesproken. “Het is natuurlijk nogal een rare situatie, eerst van vrijwillig medewerker naar contractueel medewerker en nu weer terug,…”. 13 januari begin ik toch wat ongerust te worden, dus laat ik mijn werk in Leuven voor wat het is om terug in Antwerpen alles te gaan regelen. “Ge moet u daar geen zorgen in maken, dat komt wel in orde. Geen probleem!”.
Wie het in orde gaat brengen is een andere zaak. Een paar dagen telefoneren en van het kastje naar de muur lopen breng ik dan toch mijn ontslagbrief officieel binnen op de Centrale Administratie. De brief was echer niet in orde, dus de dag erna moest ik een nieuwe versie binnen brengen. Een paar dagen daarna krijg ik melding dat het ontslag is geweigerd. Gaat echt niet met terugwerkende kracht, ondanks de goedkeuring van het departementshoofd. Ik bel dan maar met de personeelsdienst van de UA, die menen dat Artesis daar maar wat flexibel in moet zijn en dat ontslag toch moet goedkeuren. Anders kom ik in de problemen met mijn beurs, die wel degelijk vanaf 1 januari 2012 zou moeten ingaan. Artesis weigert opnieuw, maar “Geen probleem, komt wel in orde.”.
Noodgedwongen is de personeeldienst van de UA dan maar flexibel en regelt ze het zo dat de beurs vanaf februari ingaat. Hoe het IWT dat gaat verteren valt nog af te wachten. Nu enkel nog mijn ontslag vanaf 1 februari 2012 van Artesis indienen. Na een telefoontje aan de personeelsdienst van Artesis weet ik dat mijn opzegperiode één week is, dus deze keer is het een regulier ontslag dat ik deze voormiddag vol goede moed ging binnen brengen. Ik stuur ten slotte nog een mailtje naar de secretaresse van het departementshoofd om haar op de hoogte te brengen. Of toch niet ten slotte: ze vraagt een kopie voor het departementshoofd. Die moet dat namelijk tekenen in verband met de opzegperiode van zes weken die niet gerespecteerd wordt. De opzegperiode is blijkbaar op één dag tijd van één week naar zes weken gegaan. De secretaresse belt nog eens met een andere medewerker van de Centrale Administratie, die bevestigt dat het effectief zes weken is. Daarnet dus teruggegaan met een vierde versie van de ontslagbrief. Waarschijnlijk ijdele hoop, maar misschien deze keer toch een “ten slotte”.