Google-

Lap, ‘t is al zo ver: ik ben net maar een jaar bezig met productontwikkeling en ik lijd al beroepsmisvorming. Eergisteren zat ik naast een vriend die tevergeefs een email probeerde terug te vinden in zijn Gmail. “Verdomme, ik moet hier in Gmail altijd zoveel klikken voor ik vind wat ik zoek!” Ik dacht uiteraard bij mezelf: onzin, komt gewoon omdat hij het niet gewoon is; ik werk al zo lang met Gmail en heb nog nooit problemen gehad met de usability. Tot vandaag…

Mijn opzet was nochtans behoorlijk simpel. Ik wilde een foto uploaden naar Picasa Google Photos. Voor de gemakkelijkheid heb ik even een screenshot gepakt van de interface (met een andere foto weliswaar):

Google Photo interface

Onderaan het kader twee knoppen: “Share” en “Cancel”, met daarboven dan vermodelijk de namen van Circles en mensen waarmee je wil delen. Het probleem is: ik wil die foto helemaal niet onmiddelijk delen, in elk geval niet met iemand op Google+. Er lijkt echter geen andere optie te zijn: delen of annuleren, het veld leeglaten en op “Share” klikken gaat niet. Teleurgesteld klikte ik dan maar op “Cancel”, om dan te ontdekken dat de foto toch online stond maar niet publiek was gedeeld. “Cancel” betekent in deze context dus blijkbaar niet annuleren. Sterk. Waarom geen standaard optie om gewoon naar een online album te uploaden zonder naar een sociaal netwerk te delen?

Ik heb maar ineens al mijn albums van Google Photos gegooid, behalve die paar waar ik niet zeker van was of ik ze nog op een harde schijf had staan. Die albums zou ik wel gemakkelijk volledig kunnen downloaden, niet? Niet. Overal gigantische knoppen op alles te delen, maar nergens te vinden wat ik zoek, ondanks al het klikken. Die integratie van alles met Google+ (of Google+ met alles) begint zelfs mij nu de strot uit de hangen. En nee Google, ik wil dat Google Doc helemaal niet delen met naamvanwerkgever@bedrijf.com, die wel tussen mijn contacten staat maar geen gebruik maakt van Google. Wat als ik WEL gebruik wil maken van Google’s services, maar NIET van Google+? Brute pech.

Toch nog even uithouden met de Wilfdire

Het is weer zover; ik wil een nieuwe smartphone. Mijn op studendenbudget gekochte HTC Wildfire is nog geen twee jaar oud, maar ik begin de leeftijd te voelen. Het interne geheugen raakt stilaan vol, de batterij is sneller leeg en de lage resolutie van het scherm begint me ondertussen echt te storen (hoewel ik anderhalf jaar geleden dolblij was met zoveel schermruimte). Wat me echter meer stoort is mijn recente ontdekking dat zowel mijn huidige als die potentiële nieuwe smartphone gemaakt is door uitbuiting van talloze werknemers in fabrieken in het Verre Oosten. Oorspronkelijk dacht ik -naïef als ik was- dat voornamelijk Apple hier schuldig aan was. Bij hun leverancier Foxconn (China) worden arbeiders onderbetaald, moeten ze vaak gedwongen overuren doen en in sommige gevallen met schadelijke chemische stoffen werken, met alle gevolgen van dien. Het lijkt er echter op dat ook HTC (Young Fast Optoelectronics) en alle andere grote fabrikanten van elektronica op deze manier hun fabricagekosten drukken, en wij als gebruikers dragen onrechtstreeks mee aan de miserie.

De oplossing is volgens Chord Jefferson van Good heel simpel: we moeten gewoon minder consumeren. Hoewel dat over het algemeen heel goed advies is wat het milieu en onze portemonnee betreft, zal het volgens mij de Chinezen niet vooruit helpen. Als wij niet consumeren, hebben zij in plaats van een slechte job helemaal geen job… De vraag is dus: wat zijn de alternatieven? Ironisch genoeg is de beste oplossing juist om die onetisch geproduceerde toestellen op een ethische manier te gebruiken en de boodschap te verspreiden. Hoe meer mensen op de hoogte zijn van de situatie, hoe groter de kans dat er op den duur iets verandert. Ik volg vanaf nu in elk geval makeITfair, een Europese organisatie die dit soort praktijken aan het licht brengt. Daarnaast bedwing ook nog zo lang mogelijk mijn innerlijke nerd! Het probleem krijgt steeds meer aandacht van de media en dat zorgt langzaam aan voor positieve gevolgen, bijvoorbeeld de aansluiting van Apple bij de Fair Labour Association. De kans is groot dat dit gewoon een PR stunt is, maar het toont op zijn minst aan dat bedrijven ervan bewust worden dat consumenten bewust worden. Een bedrijf dat erin slaagt op een ecologisch en menselijk verantwoorde manier te produceren zou binnenkort wel eens een serieus streepje voor kunnen krijgen op de concurrentie. Als wij bewust kiezen waar en wat we kopen kunnen we bedrijven motiveren om eerlijk te produceren, en die bedrijven kunnen en zullen dan op hun beurt hun leveranciers motiveren. De kracht van de consument ligt tenslotte in het consumeren.

Daniel versus Artesis

Een hartverscheurend verhaal over een jonge doctoraatsstudent die een moedige strijd aangaat met Bureaucratie:

Eind juli besluit ik om te gaan doctoreren, op de campus Productontwikkeling van Artesis op aanvraag van een prof van de KU Leuven. Noch Artesis, noch KUL hebben geld om mij aan te nemen zodat ik de aanvraag voor mijn doctoraatsbeurs kan in orde brengen, dus begin ik in augustus gratis voor hen te werken (naïef als ik ben vertrouwend op “we vinden wel een projectje voor u vanaf da die aanvraag binnen is”). Mijn schriftelijke aanvraag wordt in orde gebracht, ik ben mijn mondelinge verdediging aan het voorbereiden en een paar kleine projectjes aan het doen voor zowel Artesis en KUL, maar dat beloofde project komt er maar niet van (“Ahja, dat moet nog op die vergadering passeren volgende week, maar dan weten we het zeker! Komt wel in orde”).

Vol goede moed blijf ik dan maar gratis werken tot 15 november 2011, wanneer eindelijk een contract in orde wordt gebracht. Zeven maanden, het is wel van vaste duur, maar “Als ge dan uw IWT-beurs krijgt dan onderbreken we da contract gewoon, geen probleem. Komt wel in orde.”. Ik werk anderhalve maand aan het project dat ik kreeg toegewezen, hoewel ik relatief weinig kan bereiken omdat de elektronische componenten die ik nodig heb niet op tijd kunnen worden besteld. Tja, administratie.

Eind december 2011 hoor ik dat het IWT mijn beurs heeft afgewezen, maar het was heel nipt dus was de UA bereid mij een opvangbeurs te geven voor één jaar. Geen extra bezoldiging mogelijk, want het is een doctoraatsbeurs. Ik stuur dus 23 december 2011 een email naar de persoon waarbij ik mijn contract ben gaan tekenen, om mijn ontslag aan te vragen. Het is echter kerstvakantie voor iedereen, en dus weet zij mij pas op 9 januari 2012 te zeggen dat ik mijn ontslag per aangetekend schrijven naar de algemeen directeur moet sturen. Maar oeps, dat gaat niet met terugwerkende kracht natuurlijk. Foutje.

Ik kan best een afspraak maken met het departementshoofd, die zal wel weten hoe ik het moet oplossen. Best dat ontslag toch al ineens indienen. Of nee, het departementshoofd gaat niet die procedure niet kennen, spreek maar af met zijn secretaresse, die zal het wel weten. Nee, sorry, ik kan toch best met het departementshoofd afspreken. En nog even wachten met die ontslagbrief indienen tot ik met hem heb afgesproken. “Het is natuurlijk nogal een rare situatie, eerst van vrijwillig medewerker naar contractueel medewerker en nu weer terug,…”. 13 januari begin ik toch wat ongerust te worden, dus laat ik mijn werk in Leuven voor wat het is om terug in Antwerpen alles te gaan regelen. “Ge moet u daar geen zorgen in maken, dat komt wel in orde. Geen probleem!”.

Wie het in orde gaat brengen is een andere zaak. Een paar dagen telefoneren en van het kastje naar de muur lopen breng ik dan toch mijn ontslagbrief officieel binnen op de Centrale Administratie. De brief was echer niet in orde, dus de dag erna moest ik een nieuwe versie binnen brengen. Een paar dagen daarna krijg ik melding dat het ontslag is geweigerd. Gaat echt niet met terugwerkende kracht, ondanks de goedkeuring van het departementshoofd. Ik bel dan maar met de personeelsdienst van de UA, die menen dat Artesis daar maar wat flexibel in moet zijn en dat ontslag toch moet goedkeuren. Anders kom ik in de problemen met mijn beurs, die wel degelijk vanaf 1 januari 2012 zou moeten ingaan. Artesis weigert opnieuw, maar “Geen probleem, komt wel in orde.”.

Noodgedwongen is de personeeldienst van de UA dan maar flexibel en regelt ze het zo dat de beurs vanaf februari ingaat. Hoe het IWT dat gaat verteren valt nog af te wachten. Nu enkel nog mijn ontslag vanaf 1 februari 2012 van Artesis indienen. Na een telefoontje aan de personeelsdienst van Artesis weet ik dat mijn opzegperiode één week is, dus deze keer is het een regulier ontslag dat ik deze voormiddag vol goede moed ging binnen brengen. Ik stuur ten slotte nog een mailtje naar de secretaresse van het departementshoofd om haar op de hoogte te brengen. Of toch niet ten slotte: ze vraagt een kopie voor het departementshoofd. Die moet dat namelijk tekenen in verband met de opzegperiode van zes weken die niet gerespecteerd wordt. De opzegperiode is blijkbaar op één dag tijd van één week naar zes weken gegaan. De secretaresse belt nog eens met een andere medewerker van de Centrale Administratie, die bevestigt dat het effectief zes weken is. Daarnet dus teruggegaan met een vierde versie van de ontslagbrief. Waarschijnlijk ijdele hoop, maar misschien deze keer toch een “ten slotte”.

Today I learned…

Update to WordPress 3.3, they say. It’s easy, they say. They’re probably right, provided you read the WordPress pages about updating. Spoiler: I didn’t.

After an automatic WordPress update had failed, I tried to do it manually. I skimmed over the aforementioned pages and it all looked pretty easy so my brain decided to go on standby while I completed the update. There was something there about “backing up your database” and “download the latest WordPress package”, so I just put that together and assumed it wasn’t going to end in disaster. I first used Filezilla to copy the entire website to my laptop. Then I opened phpMyAdmin and exported the WordPress database, I downloaded and unpacked WordPress 3.3 to my laptop and uploaded it to my website, overwriting the current files. Next thing you know, I’m looking at a completely borked blog and have to reinstall WordPress. Importing the database didn’t help either. Big surprise, right?

Note to self: next time, read the fucking manual!